GARDE BOURGEOISE

De Burgerwacht (augustus - september 1830)

De burgerwacht (Garde Bourgeoise) wordt in het leven geroepen door de gegoede burgers na de rellen van 25 augustus 1830. Het laattijdig optreden van het leger, de Schutterij en het uitblijven van noemenswaardig ingrijpen door de politie, geeft weinig vertrouwen waardoor handelaars en burgers van goede komaf hun huis en goederen willen beschermen tegen eventuele andere plunderingen. (Deze inactiviteit komt door het willen voorkomen van toestanden zoals tijdens de opstand in Parijs).

Deze burgerwacht, opgericht op 26 augustus 1830, wordt bewapend door de musketten bewaard in de kazerne voor de Schutterij, en aangevuld met extra privatieve (jacht)wapens. Deze dus initieel anti-revolutionaire of anti-radicale groepering, bemand door gegoede burgers en handelaren, organiseert zich en bezet vaste punten doorheen de stad. Het initiatief wordt dan ook al snel geordend per wijk in Brussel. (Ook in andere steden ontstaat dezelfde beweging en doorloopt ze een gelijkaardige evolutie van publieke orde dienst tot revolutionair wapen. We focussen ons hier op Brussel maar zeker het vermelden waard zijn Leuven, Brugge, Kortrijk, Aalst, Luik, Namen, Verviers en Doornik)

Laat ons kijken naar de eerste ordre du jour van 26 augustus 1830 in Brussel:

Rijksarchief Brussel

De eerste groepen burgers vormen een patrouille van 40 personen rond 10 uur in de voormiddag de 26ste.

Op de middag, na de bovenstaande proclamatie, zouden reeds 400 burgers zich verzameld hebben op de Grote Markt om te patrouilleren.

Op 27 augustus wordt de beweging geformaliseerd met Baron E. d’Hoogvorst Vanderlinden als bevelhebber en de organisatie van de verschillende secties. Elke sectie correspondeert met een wijk.

Het is op dit prille moment dat de radicalen, waaronder de redactieleden van de Courrier des Pays-Bas, reeds de burgerwacht infiltreren om dit beschermingsorgaan later te gaan gebruiken voor revolutionaire doeleinden. De ironie wilt natuurlijk dat zij zelf het geweld financieren, zo de overheid onder druk zetten en vacuüms opvullen met hun eigen mensen. Het oprichten van parallelle organisaties (administratieve  of veiligheids-commissies) die bevoegdheden overnemen en gemeentebesturen dwingen onwettige daden te stellen, leiden zo progressief tot de onttroning van het gezag. (Els Witte, Belgische republikeinen, 2020)

 

Hierop volgen dan ook de eerste richtlijnen voor de Brusselse bevolking, onder andere een samenscholingsverbod, het verplicht verlichten van de gevels en een avondklok.

Brussel was in die periode in 8 wijken onderverdeeld, deze vinden we terug op de volgende kaart uit 1817.

 

Zet je muis over de kaart om ze op een moderne kaart te projecteren en zo de indeling te zien.

Op dit moment bestaat het “uniform” van deze burgerwacht gewoon uit hun dagelijkse kleding, met enkel het nummer van hun sectie of de naam van hun wijk op stevig papier op hun hoed gespeld. We vinden hier een voorbeeld van terug in het Koninklijk Legermuseum in Brussel.

Het is Madou die ons het mooiste en duidelijkste beeld toont van de burgerwacht in deze periode van augustus – september 1830, zie ons artikel over deze schetsen*.

Vervolgens gaat men op 30 augustus nog de rangtekenen formaliseren met een ordre du jour, daarnaast staat er ook nog eens duidelijk op vermeld dat men:

 

1. De driekleur kokarde op de hoeden dient te vermijden en zeker gebruik dient te maken van de papieren met de sectienummers. De stadskleuren mogen wel worden gedragen door het knoopsgat op de revers.

 

2. Eventuele vlaggen of vaandels enkel de sectienummer mogen bevatten en geen andere opschriften.

 

Op de prenten van Madou lezen we bijvoorbeeld “Sureté Publique – Garde Bourgeoise” op de vlaggen. Dit doet vermoeden dat de schetsen dateren van tussen 10 september 1830 en 20 september 1830.

 

De rangtekenen werden bepaald als volgt:

* Met de driekleur wordt onze eerste vlag bedoeld met horizontale strepen met bovenaan rood, dan geel en onderaan zwart.

 

Volgens de prenten van Madou zien we voor de onderofficieren wel de chevrons ( ^ ) op de mouwen volgens het principe van de infanterie of schutterij maar dit staat echter niet beschreven in een ordre du jour. We vinden wel in het Manuel des Gardes Bourgeoises* een handleiding hoe we zilveren galon moeten oppoetsen. Dit doet ons vermoeden dat men zilver (en wit) galon hanteert zoals voor de Schutterij. Later meer over dit handboekje uit 1830.

De dagen nadien zal de Garde Bourgeoise zich al meteen mogen bewijzen als de Prins van Oranje en zijn gevolg vanuit Vilvoorde naar Brussel zal trekken op 01 september. Over het exacte verloop van dit bezoek, de diplomatische onderhandelingen en de volkse oproer daaromtrent, hebben we het nog in een ander artikel.*

 

In de getuigschriften en de orde du jour lezen we heel wat heisa rond het gebruik van de Brabantse driekleur. De delegaties van Brussel zien de driekleur niet als een anti-Nederlands symbool maar net als beweging tegen de revolutionaire Franse driekleur die eerst werd gehesen. Een akkoord wordt vervolgens gesloten dat de burgerwacht zowel de oranje als de Brabantse kokarde zou dragen, maar door het tumult dat daarop volgt zal toch hoofdzakelijk de Brabantse gedragen worden op die eerste september. Neutralere partijen zullen simpelweg  geen kokarde opzetten.

 

Op een ordre du jour van 01 september probeert men het geheel nog in goede banen te leiden en te bevelen dat chefs de sections zich om 10 uur op de Grote Markt moeten bevinden, met hun eenheden onder de wapens en in “hun beste tenue” alwaar ze in twee gelederen moesten aantreden om de Kroonprins tegemoet te gaan. Zo zouden een 5000-tal personen zich melden in de verschillende sectiën, allen gewapend met musketten.

In verschillende bronnen spreekt men ook van een peloton van arbeiders, in kielen en werktenues, uit de buitenwijken. Gewapend met zeisen, pieken, lange messen, bijlen en her en der misschien een verroeste musket. Zo ook de Wargny in zijn Esquisses de la Révolution: Een peloton van 25 voorstedelingen, gekleed in kielen en bewapend met pieken leiden het hoofd van de colonne.  Ook de Engelse diplomaat, Charles White, spreekt over de aanwezigheid van een peloton slagers met lange messen. We zien dit volkse peloton ook terugkomen op de prenten van het intrede van de Prins in Brussel. We merken ze hieronder op aan de linkerkant, met de Garde Bourgeoise aan  de rechterkant:

Rijksmuseum: RP-P-OB-88.094
Museum van de Stad Brussel

Het gebrek aan wapens was echter groot, de wapens van de schutterij waren snel verdeeld, men kocht jachtwapens op van burgers, plaatste bestellingen in Luik. De kranten van die tijd spreken over verroeste Engelse wapens uit 1818 die opnieuw dienst mogen doen, en zelfs het Frans model 1816 doet opnieuw de ronde. Ook buskruit en cartouches waren schaars. Het tekort zal zo schrijnend worden dat men op 17 september zelfs 150 pieken per sectie zal uitdelen, een verhaal dat we later in 1831 nog zullen zien terugkomen onder de Regent.*

Hoe verloopt het verder met de burgerwacht?

We weten dat na de onderhandelingen met de Kroonprins de laatste reguliere troepen Brussel verlaten op 03 september 1830. De Burgerwacht wordt dus de enige ordedienst in de stad. Dat wordt echter vermoeiend voor de geëngageerde burgers, we zien het enthousiasme dalen en stilaan sluipt het systeem van de remplaçants (een burger met geld betaalt iemand om zijn plek in de sectie in te nemen) binnen. Vanaf 11 september zien we steeds meer werkvolk in de rangen die niet zozeer op de orde uit zijn maar gewoon betaald willen worden. Het valt dan ook niet te verbazen dat de radicalen steeds meer grip krijgen op de gewapende burgers en dat de burgerwacht het onderspit moet delven voor de nu bewapende bevolking, opgehitst en betaald door de radicalen. We zien dan ook vrijkorpsen afsplitsen die vanaf 19 september de stad verlaten en in Vilvoorde en Tervuren het Nederlandse leger gaan lastigvallen.

 

Tegen 20 september zullen alle wapens van de burgerwacht in handen van de bevolking zijn, zal de laatste patrouille verdwijnen, wordt het stadhuis overrompelt en de Commission de Sûreté publique opgeheven (en vervangen door een Voorlopig Bewind). De burgerwacht als Garde Bourgeoise stopt met te bestaan.

 

Na de septemberdagen zien we een zeer gelijkaardige constructie verschijnen onder de naam Garde Urbaine, met aan het hoofd niemand minder dan Baron Emmanuel Vanderlinden d’Hoogvorst; om enkele maanden later te worden omgedoopt op nationaal niveau naar de Garde Civique.